De Peel is een grotendeels verdwenen hoogveengebied op de grens van de Nederlandse provincies Noord-Brabant en Limburg. Het hoogveen bevond zich voornamelijk op de Peelhorst, een geologisch verschijnsel met ondoordringbare kleilagen op relatief geringe diepte.
Door stagnatie van regenwater kon er veenvorming plaatsvinden. Dit zogenaamde veenmosveen, opgebouwd uit het plantje Sphagnum, groeide in de loop der duizenden jaren aan tot een meters dik pakket. Het was een moerasgebied dat door de eeuwen heen nauwelijks toegankelijk was.

Vanaf de vroege middeleeuwen staken de bewoners van de omliggende gebieden voor eigen gebruik turf uit het veen. Turf blijft eeuwenlang dé grondstof in deze streek. Een van de eerste gehuchten die genoemd wordt in de geschiedenis van de Peel is Meijel, dat ook wel bekend staat als het "eilandje in de Peel": het was een verhoogde zandrug door het moeras. Alleen via Meijel was de Peel te doorkruisen. De situatie was te vergelijken met die van het gebied rond Bourtange in Noord-Nederland.

 Pas in 1930 kwam het eerste natuurreservaat in de Peel tot stand: het Peelven met heide in het Sint Anthonisbos, dat vanaf de jaren '20 was aangelegd. Vanaf 1951 werden delen van de Groote Peel aangekocht door Staatsbosbeheer. Dit groeide uiteindelijk aan tot een Nationaal Park van 1.441 ha. Daarnaast zijn een aantal gebieden behouden die aan weerszijden van de helenavaart liggen, en wel de Mariapeel, die in 1940 door de Maatschappij Zandbergen was aangekocht om er landbouwbedrijven te vestigen. In 1964 werd het gebied overgedragen aan Staatsbosbeheer. In de Deurnese Peel en de Liesselse Peel waren verveners actief voor de winning van turf voor de productie van tuinturf en potgrond.  Einde 1980 werden de Deurnese Peel, De Bult, Het Zinkske en de Heitrakse Peel als beschermd natuurgebied aangewezen en in 1984 stopte de vervening aldaar waardoor, samen met de Mariapeel, een natuurgebied van 2.500 ha ontstond, waarin overigens tal van restanten van de vroegere ontginning te vinden zijn.

 

Foto's